Detectie van energie-intensieve apparaten ten behoeve flexoplossingen (DEIA)

Dit ontwerp beschrijft het beoogde gebruiksscenario voor het dataproduct DEIA (Detectie van Energie-Intensieve Apparaten ten behoeve flexoplossingen), alsmede haar achterliggende architectuur en de gemaakte keuzes.

Voor alle data-uitwisseling binnen de scope van de Visie Datadelen is expliciet gekozen voor het denken over data in de vorm van dataproducten. Een dataproduct combineert de semantische-, technische- en gebruiksaspecten van data-uitwisseling. Om dit invulling te geven bestaat een dataproduct uit de volgende componenten:

  • dataset: de daadwerkelijke gegevens die worden uitgewisseld. Zie een dataset als een tabel met gegevens, waarbij de kolommen beschrijven wat er op elke rij van de data aan gegevens wordt geleverd. Een dataset voor aansluitingen zal minstens een kolom "Aansluitingsnummer" bevatten, waarbij elke rij in de dataset een aansluiting beschrijft;

  • dataservice: de (technische) manier van verspreiden van de dataset. Dit gaat over hoe de data ontsloten wordt, de onderliggende architectuur en de gebruiksscenario’s;

  • voorwaarden: er kunnen voorwaarden liggen op beschikbaarheid, kwaliteit, classificatie en doelbinding bij gebruik van het dataproduct.

Het dataproduct combineert de dataset en dataservice, verrijkt met voorwaarden voor gebruik.

Reikwijdte

Om het net beter te benutten voor kleinverbruik klanten is slimme sturing van apparaten en/of gedragsverandering nodig. Met name de zogenaamde energie-intensieve apparaten met flexibiliteitspotentie zijn hierbij van belang. Denk hierbij aan zonnepanelen (PV), thuislaadpunten (EV), warmtepompen (WP, ook wel afgekort tot HP (heat pumps)), thuisbatterijen (BESS, Battery Energy Storage System) en apparaten ten behoeve van elektrisch koken (keramische en inductie kookplaten).

Om deze apparaten slim te kunnen sturen, op basis van toestemming van de klant, hebben dienstverleners (flexaanbieders) inzicht nodig in waar deze energie-intensieve apparaten zich bevinden. Data Scientist teams bij de RNB’s werken samen om statistische modellen te maken die dit inzicht kunnen geven.

De epic bestaat uit drie fasen, een pilot fase, een landelijke fase en een data deel fase. Het dataproduct DEIA wordt alleen in de fase data delen gebruikt.

Pilot fase

In de pilot fase wordt een jaar lang de verbruiksdata van de slimme meters van 620 vrijwilligers gebruikt om een statistisch model te ontwikkelen en te trainen. Dit model is géén dataproduct.

Landelijke fase

In de landelijke fase wordt het statistische model landelijk toegepast op alle aansluitingen waarvoor de use case is goedgekeurd. Het betreft dan niet alleen maar slimme meter data. Deze fase resulteert in een tabel met voor elk energie-intensief apparaat (PV, EV, WP, BESS) het geschatte vermogen (in kiloWatt piek (kW(p))) met een bijbehorende betrouwbaarheid (Confidence Level in procenten). Deze tabel wordt periodiek bijgewerkt. Zij is per aansluiting en kan geaggregeerd worden tot middenspanningsruimte (MS/LS-trafo) of tot postcode 6-niveau niveau en tot gebiedsniveau. Formeel zijn dit geen dataproducten omdat ze worden uitgewisseld tussen netbeheerders onderling.

Table 1. Voorbeeld eindresultaat (uniform overzicht geaggregeerd op MS/LS-trafo)
Trafo PV CL EV CL WP CL BESS CL

123

0

100

0

90

5

80

0

100

345

3

90

22

95

5

70

4

70

Data deel fase

In de data deel fase wordt het statistische model uit de landelijke fase gebruikt om het uniforme overzicht te ontsluiten naar flexaanbieders en het geagregeerde uniforme overzicht als open dataproduct aan te bieden op het Energiedata Portaal van EDSN.

De data bestaat uit kwartierwarden van 10 dagen per kwartaal. PV- en BESS-data is invoedingsdata en mag op aansluitniveau gedeeld worden. WP- en EV-data zijn afnamedata en mogen alleen geaggregeerd gedeeld worden.

Functionele eisen

Het dataproduct moet voldoen aan functionele eisen; deze vertellen wie ("Als rol") welke data ("Wil ik") nodig heeft en waarom ("Want"). Deze functionele eisen zijn alleen van toepassing op de fase data delen. Dat komt doordat dat de enige fase is met een dataproduct.

Table 2. Functionele eisen
ID Als rol Wil ik Want

1

Regionale Netbeheerder (RNB)

Een uniform overzicht van aansluitingen en het gedrag van invoeding en afname in de tijd

Ik wil deze informatie laten verrijken zodat er een analyse op uitgevoerd kan worden die met grote zekerheid kan vaststellen of zich achter deze aansluiting een van de volgende vijf apparaattypes bevindt: zonnepanelen (PV), thuislaadpunten (EV), warmtepompen (WP), thuisbatterijen (BESS) of apparaten tbv elektrisch koken

2

Regionale Netbeheerder (RNB)

Een uniform overzicht van aansluitingen waarachter zich energie-intensieve apparaten bevinden

Ik wil de aangeslotene in staat stellen om de verbruiksdata van haar slimme meter, met haar toestemming, te delen met aanbiedingen van flexoplossingen

3

Flexaanbieder

Een uniform overzicht van het geschatte piekvermogen van energie-intensieve apparaten (PV, EV, WP en BESS) van een aangeslotene

Ik wil deze aangeslotene, op diens verzoek, een flexpropositie doen

Dataservice

Gebruiksscenario - Flexaanbieder

In de data delen fase is er gekozen voor een centraal scenario waarbij de aangeslotene toestemming verleent aan een flexaanbieder om een flexpropositie te doen.

Gebruiksscenario
Figure 1. Gebruiksscenario
  1. Een aangeslotene verzoekt een flexaanbieder om een flexpropositie

  2. De flexaanbieder verzoekt EDSN om het uniforme overzicht van de aangeslotene

  3. EDSN vraagt aan het toestemmingsplatform of de aangeslotene toestemming heeft verleend aan de flexaanbieder

  4. Het toestemmingsplatform verifieert bij de aangeslotene of er toestemming is verleend

  5. De aangeslotene antwoordt het toestemmingsplatform dat er toestemming verleend

  6. Het toestemmingsplatform antwoordt EDSN dat er toestemming is verleend

  7. EDSN levert het uniforme overzicht van de aangeslotene aan de flexaanbieder

  8. De flexaanbieder maakt een flexpropositie op basis van het uniforme overzicht

  9. De flexaanbieder levert de flexpropositie aan de aangeslotene

Gebruiksscenario - Geaggregeerd

In de data delen fase is er gekozen voor een centraal scenario waarbij de geaggreerde datasets als open dataproduct worden aangeboden.

Gebruiksscenario
Figure 2. Gebruiksscenario
  1. De Data Scientists Teams ontsluiten de uniforme weergaves naar het Energiedata Portaal van EDSN.

  2. Een opvrager vraagt het geaggregeerde uniforme overzicht van een gebied op bij het Energiedata Portaal van EDSN.

  3. Het Energiedata Portaal van EDSN genereert het gewenste geaggregeerde uniforme overzicht.

  4. Het Energiedata Portaal van EDSN levert het gewenste geaggregeerde uniforme overzicht aan de opvrager.

Architectuur

Vanuit architectuurperspectief zijn de volgende keuzes gemaakt:

Architectuur
Figure 3. Architectuur

De structuur van de dataset is gebaseerd op het Begrippenmodel NBNL en het Common Information Model

Dataset

Volume, variety, veracity, velocity

Data kent vier kenmerken:

  • volume: data kent een volume, een hoeveelheid;

  • variety (variëteit): data is te verdelen in gestructureerde en ongestructureerde data. Ongestructureerde data kent geen metamodel;

  • veracity (betrouwbaarheid): de mate waarin de data vertrouwd kan worden voor de toepassing;

  • velocity (snelheid): de frequentie waarmee data verandert.

Dataset

Type Beschrijving

Volume

Laag, < 100MB (ongecomprimeerd)

Variety

Gestructureerd

Veracity

Hoog

Velocity

Laag

Voorwaarden

Dit dataproduct wordt als gesloten dataproduct aangeboden, onder de grondslag Grondslag Toestemming. De grondslag is vereist omdat een derde de aanvraag doet.

Beslissingen en aannames

ID Type Beschrijving

1

Beslissing

De Data Scientist teams verrijken de kwartierwaarden met locatiegegevens (PC6 danwel MS/LS-trafo)

2

Aanname

De Data Scientist teams verrijken de kwartierwaarden met

  • het correspondentieadres van de aangeslotene (ten behoeve van de flexaanbieder),

  • het locatieadres van de aansluiting (ten behoeve van de aggregatie),

  • de MS/LS-transformator van de aansluiting (ten behoeve van de aggregatie)

3

Aanname

De uniforme overzichten worden periodiek bijgewerkt

4

Aanname

De uniforme overzichten per aansluiting worden ontsloten op het Energiedata Portaal van EDSN

5

Aanname

De geaggreeerde uniforme overzichten worden ontsloten op het Energiedata Portaal van EDSN

6

Aanname

In de data delen fase is alle landelijke data beschikbaar. Zowel de data van Alliander, Enexis en Stedin, als de data van Coteq, Rendo en Westland Infra.

7

Aanname

Wat in de landelijke fase wordt opgeleverd is ten behoeve van de netbeheerders onderling, formeel geen dataproduct. In de data deel fase wordt er ook extern gedeeld waardoor het wel een dataproduct wordt.

8

Aanname

In de data deel fase zal het statistische model hertraind moeten worden. Zowel periodiek als incidenteel, bijvoorbeeld met de komst van nieuwe relevante energie-intensieve apparaten.

9

Aanname

In de data deel fase wordt de data op postcode 6-niveau geaggregeerd. Dus niet op MSR en ook niet op gebied.

10

Aanname

In de data deel fase worden de dataproducten centraal (op één URLendpoint aangeboden). Dus niet fedratieft via zes URLs (één per nebeheerder)